Home  |   Sale  |   Nieuw  |   Grote Maten  |   Stardress  |   Zwangerschapskleding

HippeMoeders bij je favorieten

 
De eerste weken vragen, vragen, vragen
Hoe weet ik of mijn baby genoeg heeft gedronken? Moet mijn baby altijd een boertje laten? Waarom poept mijn baby zo weinig? In de eerste weken dat je je baby voedt, komen er allerlei vragen boven.

Ben je een beetje bekomen van de bevalling, dan kun je je baby meteen voor het eerst aanleggen. Iedere gezonde, voldragen baby wordt namelijk geboren met een sterke behoefte om de borst te zoeken (zoekreflex), de tepel en tepelhof in de mond te nemen (zuigreflex) en om te drinken uit de borst (hapreflex). Zo’n twintig tot dertig minuten na de geboorte zijn die aangeboren reflexen het sterkst - mits je kind niet suf is van een narcose. Het is dus het beste om je baby binnen een halfuur bij je te laten drinken. Je kind krijgt dan het gezonde colostrum binnen dat vol beschermende stoffen zit. En ook voor jou heeft de eerste voeding een gunstig effect: door het stimuleren van de tepel zal je baarmoeder zich krachtig gaan samentrekken. Dit helpt de placenta uitdrijven en vermindert de kans op nabloedingen. Bovendien krijgen je borsten het signaal dat ze melk moeten gaan produceren.

Petra: “Wat een bijzonder gevoel was dat, toen Maartje na de bevalling voor het eerst bij me dronk. Ik weet nog dat ik meteen in de gaten had dat het goed ging - dat ze niet sabbelde, maar echt iets binnenkreeg. Ik vond het zo knap dat ze dat meteen kon!”


Kies een onderwerp:

Aanleggen aan de borst, hoe doe je dat?

De ene baby hapt meteen naar de borst en drinkt of hij nooit anders heeft gedaan, de andere is wat terughoudender, sabbelt een beetje en heeft een paar dagen nodig om het kunstje te leren. Het is altijd goed om bij het aanleggen hulp te vragen van je kraamverzorgster of verloskundige, zij weet precies wat je moet doen. Op je zij gaat het aanleggen van je baby misschien het beste, zo net na de bevalling. Leg het lijfje van de baby dicht tegen je aan. Breng zijn mond ter hoogte van je borst, ondersteun je borst met je hand en raak met je tepel de onderlip van je kind aan. Breng nooit de borst naar de baby toe, maar de baby naar de borst. Wanneer hij zijn mond wijd opendoet, trek je je kind dichter naar je toe zodat het de tepel en een flink gedeelte van je tepelhof in zijn mond kan nemen. Dat is belangrijk, want alleen zo drukt hij met zijn kaken op de melkreservoirs en komt de melk naar buiten. Zorg dat de tepel midden in zijn mondje zit. Trek de baby zo dicht tegen je aan dat het puntje van zijn neus je borst raakt. Een kind dat goed aan de borst ligt, heeft zijn mond wijd open, met naar buiten gekrulde lipjes. Let erop dat je baby nog goed kan ademhalen. Zit zijn neus te diep in je borst, trek hem dan met zijn beentjes iets dichter naar je toe, zo komt zijn neus weer vrij. Inderdaad, je moet op best veel dingen letten als je je kind goed wilt aanleggen. Lukt het niet meteen? Laat je daar niet door uit het veld slaan. Het is nu vooral belangrijk om je baby dicht bij je te houden, tegen hem te praten en te zorgen dat hij zich lekker voelt. Na een tijdje gaat het aanleggen meestal steeds makkelijker en wordt het routine. Oefening baart kunst. Maar als het echt niet lukt, moet je niet te lang wachten met specialistische hulp vragen. Daarvoor bel je een lactatiekundige.



Kies een onderwerp:

Voorraad na de geboorte

Je baby heeft na de geboorte niet meteen veel voeding nodig; hij teert op een voorraadje energie waarmee hij maximaal drie dagen kan overbruggen.



Kies een onderwerp:

Hoe vaak leg je je baby aan?

De eerste dagen na de geboorte is het belangrijk om je baby zo vaak mogelijk aan te leggen. Bied hem iedere keer als je merkt dat hij niet meer diep slaapt, de borst aan. Veel baby’s drinken de eerste uren na de bevalling een aantal keren kort achter elkaar om daarna een hele poos te slapen. Meestal willen ze dan weer vaak en snel achter elkaar drinken voor ze opnieuw diep in slaap vallen. Ze kunnen het drinken dan oefenen en het is goed voor het op gang komen van de borstvoeding. De eerste voedingen duren waarschijnlijk maar kort. Veel pasgeborenen drinken de eerste twee tot drie dagen wel acht tot twaalf keer. Dat is normaal en zelfs goed. Nadat je melkproductie goed op gang is gekomen, geeft je kind zelf wel aan wanneer het honger heeft. Dat laat hij weten door te huilen of door voedingssignalen af te geven: hij huilt, likt met zijn tong langs zijn lippen, hapt op zijn handjes of smakt. Veel baby’s drinken trouwens niet alleen omdat ze honger hebben, maar ook omdat ze graag dicht bij hun moeder willen zijn. Moedermelk is licht verteerbaar; je kind kan er niet te veel van binnenkrijgen. Je mag daarom zo vaak aanleggen als jij en je baby maar willen, mits het minimaal zes keer per etmaal is. De eerste weken is het trouwens verstandig om vaker aan te leggen, omdat de borstvoeding dan sneller op gang komt. Na een aantal weken zal je kind waarschijnlijk in een ritme komen en om de twee tot vier uur willen drinken. Zolang je op verzoek voedt, kun je het in feite niet verkeerd doen.



Kies een onderwerp:

Borstvoeden volgens de klok

Het zou zo heel prettig zijn als je je baby op vaste tijden zou kunnen voeden. Je kunt dan je dag en alles wat je moet doen helemaal plannen en dat geeft rust in je hoofd. Toch is het echt nodig dat jij je aanpast aan je kind en niet andersom. Ga je uit van de behoeften van je baby, dan krijgt hij namelijk precies genoeg voeding. Bovendien loop jij minder kans dat je voeding terugloopt en dat je een borstontsteking krijgt (meer hierover lees je in hoofdstuk 5). Natuurlijk kun je wel eens iets eerder of later voeden omdat dit een keer beter uitkomt, maar probeer even niet volgens een vast schema te leven.



Kies een onderwerp:

Vlugge en langzame borstdrinkers

In de regel geeft je baby zelf aan hoe lang hij wil drinken. Heeft hij genoeg gehad, dan kun je hem nog even aan de andere borst aanleggen. Het is wel belangrijk dat in ieder geval een borst leeg wordt gedronken, zodat je baby genoeg vette achtermelk binnenkrijgt. Echt leeg zal je kind de borst overigens nooit drinken, want een borst die melk produceert, is nooit helemaal leeg. Je hebt snelle en langzame drinkers. Sommige baby’s zijn al binnen tien minuten klaar met twee borsten. Heb je zo’n snelle drinker, let er dan op dat hij voldoende natte luiers produceert en goed groeit. Is dat het geval, dan is alles in orde. Andere baby’s liggen wel drie kwartier aan de borst. Dat wil niet altijd zeggen dat ze al die tijd echt drinken. Sommige baby’s vinden het zo heerlijk aan de borst dat ze er wel de hele dag aan willen liggen. Met een beetje oefening kun je drinken leren onderscheiden van niet-drinken. Bij het begin van een voeding zuigt een baby snel om de melk te laten toeschieten. Daarna gaat hij met lange halen drinken: zuig-slik, zuig-slik. Naarmate de borst leger raakt, wisselt hij de slikbewegingen af met meerdere zuigbewegingen: zuig-zuig-slik, zuig-zuig-zuig-slik. Zodra de borst zo goed als leeg is, zie je je kind alleen zo nu en dan nog een klein slokje nemen. Als de borst leeg is, kun je je baby van de borst nemen en de andere borst aanbieden. Een nieuwe melktoevoer laat hem misschien weer wat efficiënter drinken.



Kies een onderwerp:

Is de baby nu klaar met drinken aan de borst?

Of je nu een vlotte of een langzame drinker hebt, een baby die verzadigd is, valt meestal in slaap en zal dan de borst loslaten. Sommige baby’s houden ook in hun slaap de borst vast. Merk je dat je kind echt niet meer drinkt, dan kun je hem van de borst halen. Laat je kind de borst niet zelf los, dan kun je hem eraf halen door voorzichtig je pink in zijn mondhoek, tussen zijn kaakjes te duwen. Zo verbreek je het vacuüm dat door het krachtige zuigen is ontstaan. Doe je dit niet, dan kan het pijn doen en kan je tepel beschadigen als je je kind van de borst af trekt.




Kies een onderwerp:

Baby gaat sneller drinken

Na een paar weken kan je baby sneller klaar zijn met drinken. Hij heeft dan geleerd om effectiever te drinken en zijn maag vlug te vullen.



Kies een onderwerp:

Liggend zelf voeden of als een madonna voeden?

In het begin moet je even uitzoeken welke voedingshouding je het prettigst vindt. Dat is waarschijnlijk de houding waarin het aanleggen het beste gaat. In je kraambed is liggend voeden vaak het prettigst, maar daarna kun je het beste zo snel mogelijk in een zittende houding gaan voeden. Zo heb je meer controle en ben je minder afhankelijk van hulp van anderen. Let er wel op dat je baby steeds met zijn mondje recht voor je tepel ligt, zonder zijn hoofdje te hoeven draaien.
Dit zijn een paar houdingen die je - eventueel met hulp van je kraamhulp of je verloskundige - kunt uitproberen:

  • Madonnahouding: de klassieke houding. Zittend, de baby op zijn zij met de voorkant van zijn lijf naar je toe (buik tegen buik), terwijl zijn hoofdje in het holletje van je arm ligt. Eventueel kun je een voedingskussen op schoot leggen, zodat je tepel recht voor zijn mond komt. Als je kind aan je linkerborst drinkt, wijzen zijn beentjes naar rechts, en als je kind aan de rechterborst drinkt, wijzen zijn beentjes naar links.
  • Liggend: prettig tijdens de eerste dagen na de bevalling en na een keizersnede. Ga op je zij liggen met een kussen onder je hoofd en in je rug. Leg je baby ook op zijn zij, met zijn mond ter hoogte van je tepel. Hou je baby de borst voor door je borst met je vingers te ondersteunen en je duim erbovenop te houden. Als hij zijn mond opendoet, stop je de tepel midden in zijn mond en trek je je baby dichter tegen je aan.
  • Bakerhouding of rugbyhouding: handig als je baby moeite heeft om de tepel te pakken. Je kunt de houding van je baby dan goed corrigeren. Leg je baby zó dat zijn beentjes tussen je arm en je lichaam liggen en zijn hoofd in de hand van diezelfde arm rust. Gebruik kussens om hem ter hoogte van je borst te krijgen.
  • Kruiphouding: wat minder comfortabel, maar erg effectief als je last hebt van een borstontsteking of verstopte melkkanaaltjes. Leg je baby plat op zijn rug, bijvoorbeeld op bed. Leun zelf over je baby heen, steunend op je knie‘n en onderarmen. Je borsten hangen zo vrij en je baby kan er goed bij. De zwaartekracht helpt de toeschietreflex een handje.
  • Rug-lighouding: als je last hebt van te snel stromende melk. Ga op je rug liggen met je baby boven op je, buik tegen buik. Zorg dat zijn mondje ter hoogte van je tepel ligt. Ondersteun zijn voorhoofd met de binnenkant van je hand. Je kind drinkt zo tegen de zwaartekracht in.
Roelien: “De eerste dagen voedde ik Ties alleen liggend. Als ik het eens zittend probeerde, ging dat helemaal niet lekker. Ik was bang dat het nooit op een andere manier zou gaan lukken. Maar de verloskundige zei: Joh, over een paar weken heb je je kind met een arm vast terwijl het drinkt, en sta je met de andere arm te koken. Ik geloofde er niets van. Maar inderdaad, oefening baart kunst. Na verloop van tijd voedde ik Ties ook in de madonnahouding en in de rugbyhouding - zelfs een keer in de kruiphouding toen ik last had van een verstopt melkkanaaltje. Ties dronk de verstopping er in een keer helemaal uit! Kortom, borstvoeding geven werd routine, al had ik dat nooit gedacht.”



Kies een onderwerp:

Zelf voeden; Intiem met je baby

Neem de tijd voor elke voeding en ga rustig in een andere kamer zitten als er kraambezoek is. Het is een intiem moment voor jou en je baby.



Kies een onderwerp:

Een of twee borsten laten leegdrinken?

Moet je baby tijdens een voeding nu uit een of uit beide borsten drinken? Dat hangt een beetje af van wat je zelf prettig vindt. Het is wel zo dat lactatiekundigen aanraden om je kind steeds aan beide kanten te laten drinken. Daarmee verklein je de kans op stuwing en stimuleer je de melkproductie. Begin afwisselend met de linker en de rechterborst. Ben je bij de ene voeding rechts begonnen en heeft je baby ook nog wat uit links gedronken, begin de volgende voeding dan met links en geef het toetje uit rechts. Vergeet je welke borst aan de beurt is, dan kun je na de voeding aan die kant een speldje aan je beha vastmaken of een armbandje om de arm aan die kant doen. Na een aantal weken is de melkproductie helemaal afgestemd op de behoefte van je baby. Hij drinkt dan waarschijnlijk bij elke voeding beide borsten leeg.



Kies een onderwerp:

Fles en borstvoeding combineren?

Een baby die borstvoeding krijgt ook nog flesvoeding geven, is bijna nooit nodig. Het is zelfs niet verstandig, want door hem bijvoeding te geven, ontregel je het vraag- en aanbodmechanisme. Bovendien zit alles wat je kind nodig heeft in de juiste samenstelling en hoeveelheden in moedermelk. Maak je je zorgen over het niet goed groeien van je kind, lees dan "meer of minder groeien van je baby tijdens de borstvoeding".



Kies een onderwerp:

Zelf voeden is soms zwaar maar het komt goed!

Iedere moeder heeft in de eerste week na de bevalling wel een moment waarop ze het niet meer ziet zitten. Probeer de moed erin te houden en vertrouw erop dat het goed komt. Borstvoeding is iets wat je baby en jij moeten leren, en het kan best even duren voor het allemaal van een leien dakje gaat. Aarzel in ieder geval niet om bij problemen je verloskundige en kraamverzorgster om hulp te vragen. En je zult zien dat als het goed gaat, je er na een paar weken ook lol in zult krijgen om je kind te voeden..



Kies een onderwerp:

Een boertje na het voeden moet?

Nadat je je kind een borst hebt gegeven, kun je proberen of hij een boer moet laten. Niet alle baby’s die borstvoeding krijgen, hebben de behoefte om te boeren. Komt er na een paar tellen geen boertje, dan is de kans groot dat je kind geen lucht dwarszit. Sommige baby’s happen eenvoudigweg geen lucht tijdens het drinken, anderen alleen als de borst erg vol is. Boeren gaat het beste als je lichte druk op zijn buikje geeft. Je kunt je baby tegen je schouder leggen en zachtjes op zijn rug kloppen. Vergeet niet een spuugdoekje over je schouder te leggen, want hij kan wat melk teruggeven, zoals dat heet. Een andere manier is: je kind langzaam rechtop laten komen tot in zittende houding. Ondersteun zijn hoofdje en rug hierbij. Heeft je baby een boer gelaten, kijk dan of hij nog meer wil drinken. Een grote luchtbel in zijn maag kan hem het gevoel hebben gegeven dat hij genoeg had, terwijl dat eigenlijk niet zo was. Valt hij drinkend in slaap, dan is het niet nodig om hem wakker te maken om hem te laten boeren.



Kies een onderwerp:

Mosterdpoep van de baby

In de eerste vieze luiers van je baby zul je vooral meconium aantreffen: groenzwarte ontlasting. Meconium bevat de afvalstoffen die je baby in zijn lijfje had, en die dankzij het colostrum (eerste moedermelk) snel worden afgevoerd. Smeer je de eerste dagen de billen van je baby na elke luierwisseling in met vaseline, dan krijg je het kleverige colostrum beter van zijn billetjes af. Na enkele dagen wordt de ontlasting van je kind veel dunner, soms zelfs waterig en meestal mosterdgeel van kleur. Na een week of zes verandert de substantie weer en wordt de poep zacht en zalfachtig. De geur zul je al snel herkennen: die is wat karnemelkachtig, niet onaangenaam. De eerste weken kan je kind heel regelmatig een poepluier hebben, misschien zelfs na elke voeding. Vaak zit er niet meer dan een gele streep in de luier. Daarna verschilt het van kind tot kind hoe de ontlasting eruitziet. Er zijn baby’s die vier poepluiers per dag blijven produceren. Anderen hebben soms maar twee tot drie keer per week ontlasting, en het komt zelfs voor dat kinderen maar eens per week een poepluier hebben. Daar hoef je je allemaal niet ongerust over te maken. Moedermelk bevat nauwelijks afvalstoffen en wordt vrijwel volledig opgenomen.



Kies een onderwerp:

Oogcontact met je baby

Tijdens het voeden is de afstand tussen jouw ogen en die van je baby 20 à 25 centimeter: de afstand waarop een pasgeborene zijn moeder het beste kan zien.


Kies een onderwerp:

Je borsten springen

Zo’n twee tot zes dagen na de bevalling komt de melkproductie goed op gang. Dit is niet altijd fijn, want het kan voelen of je borsten op springen staan. Stuwing heet dit, en het ontstaat door de extra bloedtoevoer die nodig is voor het op gang brengen van de melkproductie. Tijdens de stuwing kun je wat verhoging krijgen. Zolang dit geen echte koorts is en je beide borsten gespannen aanvoelen, is er niets aan de hand. Heb je echt koorts en zit de stuwing maar in een borst, dan kun je een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking hebben. Waarschuw in dat geval meteen je verloskundige. Gewoonlijk neemt stuwing na een paar dagen af. Overigens hebben lang niet alle moeders er last van.



Kies een onderwerp:

Een keer moedermelk kolven

Volgens lactatiekundigen is ernstige stuwing echt niet nodig. Als je je baby de eerste dagen na de bevalling en ook daarna vaak en lang aanlegt, kan hij de toegenomen hoeveelheid melk meestal gewoon wegdrinken. Je hebt dan alleen last van wat door lactatiekundigen volle borsten wordt genoemd. Bij stuwing kan het gebeuren dat je borsten zo vol en gespannen zijn dat je baby de tepel niet kan pakken. Wat helpt, is eerst met de hand wat melk kolven, zodat je borst minder vol is. Dit gaat beter nadat je even de warme douche op je borsten hebt gezet. Worden je borsten steeds voller, wacht dan niet tot ze echt pijn gaan doen, maar huur, koop of leen een goede elektrische kolf en kolf ze een keer helemaal leeg. Meestal is dat voldoende om het probleem te verhelpen. Soms moet je dat leegkolven een keer herhalen. (Meer over kolven lees je in hoofdstuk 7.) Je hoort wel eens dat het zou helpen om bij stuwing ijskompressen of koolbladeren op je borsten te leggen. Deze maatregelen bestrijden enigszins de symptomen, maar lossen het probleem niet op.



Kies een onderwerp:

Tips voor de eerste dagen aan de borst

  • Leg je kind zo snel mogelijk na de geboorte aan. Let er goed op dat hij echt drinkt en niet alleen sabbelt.
  • Voed op verzoek: geef de baby de borst als hij wakker is en niet op vaste tijden.
  • Neem de tijd voor elke voeding en zorg dat het rustig om jullie heen is.
  • Na een bad zijn de meeste baby’s zo moe dat ze in slaap vallen. Lukt het voeden nu niet, probeer het dan weer als je kind wakker is.
  • Blijft het voeden na vijf tot zes dagen nog problemen geven? Neem dan contact op met een lactatiekundige.



Kies een onderwerp:

Zijn je borsten nu helemaal leeg?

Na een paar dagen neemt stuwing af en als je melkproductie eenmaal goed is afgestemd op de behoefte van je baby, zul je merken dat je borsten weer veel zachter aanvoelen. Zachtere borsten is dus een teken dat vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je melkproductie nu opeens onvoldoende is; het komt zelden voor dat een moeder niet genoeg melk heeft voor haar kind.

Linda: “Eigenlijk had ik me niet goed voorbereid toen ik met borstvoeding begon. Ik had er nog niets over gelezen, dus ik vertrouwde blindelings op de kraamverzorgster. Gelukkig dronk Freddie meteen goed en leek het allemaal prima te gaan. Ik was apetrots dat ze flink groeide, terwijl ik maar zes voedingen per dag gaf. Tot ik de vierde dag ineens last kreeg van stuwing. ‘s Nachts werd ik wakker en was mijn T-shirt doorweekt van de melk. En ik had het gevoel dat mijn borsten tot onder mijn kin zaten. Bovendien deden ze ontzettend veel pijn. Dat duurde drie dagen. Volgens de kraamverzorgster hoorde het erbij en was er niets aan te doen. Terwijl ik weken later, toen ik een boek over borstvoeding in huis had gehaald, las dat ik mijn meisje gewoon wat vaker had moeten aanleggen. Dan was de stuwing waarschijnlijk minder pijnlijk geweest en in ieder geval sneller overgegaan.”



Kies een onderwerp:

Krijgt je baby wel genoeg voeding?


Misschien ben je in het begin bang dat je baby niet genoeg voeding binnenkrijgt. Je kunt natuurlijk niet zien hoeveel hij nou precies drinkt. Om je gerust te stellen: wanneer je baby zo veel en zo vaak hij wil mag drinken, en als het aanleggen goed gaat en zijn drinktechniek goed is, krijgt hij precies wat hij nodig heeft. Verder kun je op de volgende dingen letten.
Je baby krijgt genoeg als:

  • hij per dag zes tot acht natte luiers heeft en twee tot vijf keer per dag ontlasting.
  • hij per week 100-200 gram aankomt, gemeten vanaf het laagste gewicht van je baby (veel baby’s vallen na de geboorte wat af voor ze gaan groeien).
  • hij vaak en bij elke voeding uit beide borsten drinkt.
  • hij er gezond uitziet, zijn kleur goed is en zijn huid veerkrachtig. En als hij levendig en actief is.
Baby’s die vanaf het begin vaak hebben mogen drinken, vallen na de geboorte meestal niet af, maar beginnen al na een paar dagen te groeien. Valt je kind toch iets af? Dat is niets om je zorgen over te maken. Daarna groeit hij waarschijnlijk als kool.



Kies een onderwerp:

Vitaminedruppels voor je baby

Borstvoeding bevat in principe alle voedingsstoffen. Toch heeft je kind als aanvulling vitamine D en vitamine K nodig. Vitamine D is nodig voor de opname van calcium en dus voor een goede botopbouw. Deze vitamine wordt in de huid gevormd door zonlicht. Moedermelk bevat relatief weinig vitamine D en daarom wordt in Nederland aangeraden om borstgevoede kinderen vitamine D-druppels te geven. Vitamine K is onder andere nodig voor de bloedstolling van je baby. Deze vitamine wordt aangemaakt in de darm, door de daar aanwezige bacteriën. Omdat deze bacteriën direct na de geboorte nog niet aanwezig zijn, is er een grotere kans op bloedingen. Omdat moedermelk waarschijnlijk weinig vitamine K bevat, moet je de eerste twaalf weken je baby extra vitamine K geven.



Kies een onderwerp:

Regeldagen borstvoedingsbaby

Rond de twee weken, zes weken en drie maanden maken baby’s een groeispurt door en dan hebben ze meer behoefte aan eten. Dat betekent dat je baby een dag of een paar dagen lang vaker wil drinken dan je van hem gewend bent. Zulke dagen worden regeldagen genoemd. Je merkt dan weer heel duidelijk hoe het vraag- en aanbodprincipe werkt: als je kind vaker drinkt, maken je borsten meer melk aan, zodat hij meer kan drinken. .



Kies een onderwerp:

Op stap in de voedingsperiode

Ga je buiten de deur voeden? Draag een bloes of shirt met knopen. Je kunt die zover als nodig is van bovenaf openmaken en zit dus niet met een blote buik de borst te geven. Een speciaal voedingsshirt zorgt ervoor dat er echt niets bloots te zien is.



Kies een onderwerp:

Antilek-trucs tijdens de borstvoedingsperiode

Vooral in de eerste weken na de geboorte van je kind kan er tussen de voedingen door melk uit je borsten lekken. Dit is heel normaal, het duurt een aantal weken voor vraag en aanbod perfect op elkaar zijn afgestemd. Je kunt het lekken stoppen door met de muis van beide handen op je tepels te drukken. Of doe het op een onopvallender manier: laat je kind rusten op je handen en druk je onderarmen tegen je borsten aan. Ook tijdens de voeding kan er wat melk druppelen uit de andere borst. Hou een luier, doekje onder je borst om de lekkende melk op te vangen of als het om veel melk gaat, gebruik borstschelpen om de lekkende melk op te vangen . Sommige moeders houden maandenlang last van lekken tussen de voedingen door. Verlies je zo nu en dan een druppel, dan is een zoogkompres in je beha dragen voldoende om je kleding droog te houden. Kies bij voorkeur zoogkompressen van katoen, omdat synthetische minder goed absorberen en niet goed ademen. En als je tepels steeds nat blijven, kun je makkelijker kloven krijgen.



Kies een onderwerp:

Fopspeen als inslaapmiddel voor de baby

De eerste maanden heeft je baby een enorme zuigbehoefte. Soms zie je dat zelfs na de voeding zijn lippen nog smakkende bewegingen maken. Het helpt vaak wel om een tijdje je pink in zijn mond te doen, zodat hij kan blijven zuigen, maar dat is voor jezelf niet op elk moment te doen. Op zich kan een fopspeen gebruiken geen kwaad. Het is wel verstandig om minstens drie weken te wachten voor je je baby een speen geeft. Je kind is dan helemaal gewend aan de borst en tepel-speenverwarring komt zelden meer voor. Let er verder op dat de speen niet de plaats van de borst gaat innemen. Wordt je baby wakker en gaat hij huilen, dan is dat een signaal om je baby aan de borst te laten drinken. Als je in plaats daarvan de fopspeen geeft, dan kan het vraag- en aanbodmechanisme van de borstvoeding in de war worden gestuurd. De meeste baby’s drinken tot ze genoeg hebben gehad. Aan hun zuigbehoefte is dan meestal ook voldaan, dus is een fopspeen niet nodig. Veel baby’s vallen aan de borst in slaap en kun je daarna zo in bed leggen. Ook dan is een fopspeen niet nodig. Heeft je kind zelfs als hij genoeg gedronken heeft moeite met in slaap vallen, dan kan een fopspeen helpen.


Claudia: “Voor mijn werk zit ik veel achter de computer, maar van rsi-klachten had ik nog nooit last gehad. Die kreeg ik pas toen ik steeds mijn pink in Isa’s mond moest stoppen om haar stil te houden. Ik was namelijk vastbesloten om haar geen speen te geven en hoopte dat ze zelf haar duim zou vinden. Maar na een paar weken had ik zo’n pijn aan mijn pols en hand, dat we toch maar een speentje hebben gekocht. Isa vond de speen heerlijk en mijn pijn was daarna snel over.”


Kies een onderwerp:

Een, twee keer per nacht borstvoeding geven

De baby van je vriendin (die flesvoeding kreeg), sliep al na twaalf weken door, maar jouw kind van vijf maanden wil nog elke nacht een voeding. Herkenbaar? Niet zo gek, want heel wat borstbaby’s krijgen maandenlang een nachtvoeding. Moedermelk is zeer licht verteerbaar. Dat is aan de ene kant fijn, want het is beter voor de darmen van je baby en hij heeft ook nooit harde ontlasting. Een nadeel kan zijn dat hij op dezelfde hoeveelheid melk minder lang slaapt dan een baby die flesvoeding krijgt. Bij baby’s die flesvoeding krijgen, wordt het slaap-eetritme kunstmatig bijgestuurd doordat je steeds minder flessen met steeds meer voeding per etmaal aanbiedt. Je kunt nu eenmaal niet meer voeding in je borsten stoppen, dus zal je kind vaker willen drinken. Daardoor worden borstgevoede baby’s eerder ‘s nachts wakker van de honger. Overigens gaat dit voor lang niet alle borstbaby’s op en menen sommige deskundigen dat het wakker worden niet alleen te maken heeft met honger. Baby’s die gewend zijn aan een voeding ‘s nachts, willen dit pretje niet zomaar opgeven. Als ze wakker worden, vinden ze het fijn om bij hun moeder te kunnen zijn.



Kies een onderwerp:

Je doel: zelf zes uur doorslapen met een baby

Komt je kind nog twee keer per nacht, dan kun je proberen wat te schuiven met de voedingen. Stel, hij krijgt zeven voedingen per etmaal, om drie uur. Dit betekent dat er in een etmaal in elk geval een periode van vijf tot zes uur zit waarin hij aaneengesloten doorslaapt. Als die periode niet in de nacht valt, kun je proberen om de langere slaapperiode te verschuiven naar de nacht. Dat doe je door je baby overdag om de drie uur te voeden. Al met al kun je er het beste geen groot probleem van maken. Als je zorgt dat je kind dichtbij ligt en je het makkelijk even in bed kunt tillen, hoef je nauwelijks wakker te worden voor een voeding.


Eva: “Van vriendinnen hoorde ik dat hun baby na een week of tien ‘s nachts doorsliep. Maar Lieke peinsde daar niet over. Niet na tien weken, maar ook niet na tien maanden! Mevrouw wilde elke nacht nog een voeding, om klokslag drie uur. Alles hebben we geprobeerd. Om elf uur weer een voeding geven hielp niets, dan kwam ze toch ‘s nachts om een uur of vier, vijf. Haar omdraaien en een speen geven? Hielp even, maar dan moest ik er een halfuur later alsnog uit om haar de borst te geven. Op een gegeven moment heb ik me erbij neergelegd. Als ze huilde, dan nam ik haar bij me in bed en dronk ze even. Ze viel aan de borst in slaap en ik legde haar terug. Al met al duurde het nog geen tien minuten en zelf sliep ik meestal ook meteen weer door. Ik heb er geen drama meer van gemaakt. Toen ze veertien maanden was, sliep ze eindelijk door. Veel mensen vinden het belachelijk dat een kind dat ouder is dan vijf maanden ‘s nachts nog een voeding krijgt. We kregen van alle kanten - ongetwijfeld goedbedoelde - adviezen, maar ik werd soms niet goed van alle bemoeienissen. Na een halfjaar zeiden we tegen iedereen die ernaar vroeg dat Lieke doorsliep. Dat was wel zo rustig!”


Kies een onderwerp: